Wielernieuws. Ondanks alle grote beroering vanwege de dopingaffaires die de Astana-ploeg en manager Alexander Vinokourov omgeven, heeft de licentiecommissie van de UCI toch besloten om het Kazakse team waar o.a. Tour-winnaar Vincenzo Nibali en de Nederlanders Lieuwe Westra en Lars Boom deel van uitmaken, een WorldTour-licentie te verlenen.

Connecties met dopingdokter Ferrari

Astana kwam de laatste maanden herhaaldelijk negatief in het nieuws door een reeks dopingsgevallen in het prof-team en de opleidingsploeg. Het lot van het Kazakse team dat onder leiding staat van Alexander Vinokourov, leek helemaal bezegeld door de onthullingen deze week in de Italiaanse krant La Gazzetta dello Sport over Astana’s connecties met dopingdokter Michele Ferrari.

Twintig teams en mogelijk negentig wielrenners verzeilden in de periode 2008-2011 in het spinnenweb van Dr. Ferrari. Gisteren kwamen bijna veertig namen van die lange lijst naar buiten, waaronder die van Vinokourov en een flink aantal Astana-renners. Niemand minder dan Vinokourov zelf blijkt in 2010, toen hij zelf nog op de pedalen trapte, een contract te hebben afgesloten voor “tien a twaalf” van zijn Astana-renners met de Italiaanse “Dr. Mythe”. “Vinokourov is een van Ferrari’s mannen. Bijna het hele Kazakse team – 17 renners – wordt gevolgd door Ferrari,” was in La Gazzetta te lezen.

Onvoldoende redenen om de licentie te weigeren

Kort na het verschijnen van het artikel in La Gazetta deelde de UCI bij monde van Brian Cookson mede dat ze meer tijd nodig hadden om deze nieuwe informatie nog eens goed te herkauwen. Vrijwel iedereen verwachtte dat de betrokken Astana-renners en met name manager Vinokourov een levenslange ban zouden krijgen. Slechts enkele uren later waren de officials uitgekauwd en werd de licentie alsnog toegekend. Weliswaar met een pakket voorwaarden: Astana moet zich houden aan “de interne, operationele vereisten van de profploegen”. Daarnaast zal Astana worden gehoord over de dopinggevallen door het instituut voor sportwetenschappen aan de Universiteit van Lausanne. Als onafhankelijk instituut kunnen zij bepalen of het Astana-management (lees: Vinokourov) actief betrokken is geweest bij doping. De vijf dopinggevallen an sich waren onvoldoende redenen om de licentie te weigeren.

Stel dat Astana op grond van de connecties met Michele Ferrari géén licentie had verkregen – Hoe zit het dan met die andere negentien teams die worden genoemd in het rapport? Die verdienen dan toch ook een ban? Rabobank, bijvoorbeeld, met renners als Bauke Mollema, Laurens ten Dam, Robert Gesink, Lars Boom, Bram Tankink en Tom-Jelte Slagter… Mannen die mee konden doen met de top dankzij het nieuwe, cleane wielrennen van het post-Armstrong tijdperk.

Doping is niet dood, schone wielrennen wel

Eén ding is de afgelopen maanden pijnlijk duidelijk geworden: Doping is niet dood. Het nieuwe tijdperk van het schone wielrennen wel. Achter de schermen blijkt Dr. Ferrari, de dopingarts van Lance Armstrong, jarenlang te hebben samengewerkt met een twintigtal ploegen. Terwijl hij een verbod opgelegd had gekregen om ooit nog contact te hebben met wie dan ook binnen het wielrennen en in welke vorm dan ook. Geen bezoek, geen e-mail, geen telefoontjes. Niets. Zelfs geen praatje over het weer.

Als Team Astana op grond van deze dopingzaak géén WorldTour-licentie had gekregen, zouden de licenties van de andere teams die betrokken zijn in het dopingnetwerk van Michele Ferrari evengoed moeten worden ingetrokken. En dat zou het einde van de WorldTour hebben betekend.